Het werken in de
uitvaartbranche betekent niet dat je de hele
dag in een grafstemming bent. Maar toch komt de
dood soms binnen.
āHeb je gisteravond het programma āOver Mijn Lijkā gezien?ā Ik sta in de keuken van ons Crematorium in
Enschede te praten met twee collegaās. Via de muziekbox horen we het liedje Bright Eyes dat gedraaid wordt
in de aula waar een plechtigheid gaande is. We hebben āOver Mijn Lijkā alle drie gezien. Het programma volgt
zes jonge mensen die ongeneeslijk ziek zijn. We spreken onze bewondering uit over hoe deze jonge mensen praten over hun eigen aanstaande dood. Ik merk dat het napraten over het programma ons opnieuw raakt. Het verdrietige liedje op de achtergrond versterkt dat gevoel nog eens extra.
Er wordt bij ons achter de schermen echt wel gelachen. Het werken in de uitvaartbranche betekent niet
dat je de hele dag in een grafstemming bent. Maar toch komt de dood soms binnen. Net voor de kerst zijn mijn collega Margriet en ik op onze locatie in Almelo. We zijn wat praktische zaken aan het bekijken in de gastenkamer. We hebben niet veel tijd want de plechtigheid in de aula is bijna afgelopen. Op een tv-scherm in de gastenkamer staat een foto van een vrouw van onze leeftijd die ons lachend aankijkt. Van deze vrouw wordt in de aula afscheid genomen. Opeens overvalt ons alle twee een gevoel van zwaarte.
Dit gevoel van zwaarte merk ik bij meer collegaās in onze organisatie. Komt het door de schijnbare
uitzichtloosheid van de coronapandemie, de feestdagen die voor veel mensen anders zijn geweest dan dat ze hadden gewild, het feit dat het druk is bij ons en er privƩ weinig mogelijkheden zijn om even te ontladen. Alles zit immers dicht en er zijn geen feestjes. Het loslaten van alle indrukken van het werk valt dan niet altijd mee.
Gastvrouw Jannie begeleidde deze week de crematie van een vriend van haar. De familie had hier specifiek om gevraagd. Prachtig dat ze dit wilde doen en zo aan de wensen van de familie tegemoet kan komen. Ze had er wel slecht van geslapen vertelt ze me de volgende dag. Met een verdrietige glimlach zegt ze āhet is niet erg om te voelen, ik ben geen robotā. En zo is dat ook. Het zou bijna gek zijn als het niet raakt. Ik vind
het ook mooi om te merken dat het niet uitmaakt hoe lang collegaās dit werk al doen, hoeveel verhalen ze al
gehoord hebben; werken bij ons is geen automatisme. Ik merk dat er meestal een oprechte verbinding is met
de familie en degene die overleden is. Het komt soms heel dichtbij omdat het iemand is die ze hebben gekend of het verhaal van de overledene heel herkenbaar is vanwege leeftijd, opvoeding of gezinssituatie.
Achter de schermen zijn er bij ons echt wel eens tranen omdat het afscheid aangrijpend was. Onze gasten
merken dit niet. Het is hun verdriet en niet ons verdriet. Maar net als bij āOver Mijn Lijkā wordt er meegeleefd en meegevoeld. We zijn allemaal mensen en verdriet van een ander raakt ons ook, ondanks jaren ervaring en
het feit dat het werk is. Gelukkig wel, het blijft mensenwerk. Mooi, dankbaar, betekenisvol en soms zeker ook
verdrietig werk.
Harriet Tomassen
Directeur-Bestuurder